Het geheugen verliest zich in vervalsing, in achteraf-interpretatie, van achter naar voor, tegenwijzerzin, van rechts naar links – wat is dat, een collectief geheugen?’

 

In die open vraag, ligt al zowat mijn hele verdere oeuvre besloten.

Mijn werken richten zich niet zomaar op pijnlijke herinneringen bij dit of dat personage, wel op gedeelde drama’s die niet zelden ooit een heel land bewogen hebben of zelfs nog steeds sluimeren.

Hun publieke aard maakt van die voorvallen een soort repertoire: het repertoire van de recente geschiedenis, of zelfs van de lopende actualiteit. Dat wil zeggen: die historische gebeurtenissen zij al een verhaal, vaak in meerdere versies, bijeen geschreven door de direct betrokkenen of hogere machten om bepaalde daden te rechtvaardigen, te veroordelen of te verduisteren.

Het zijn die verhalen – al dan niet vervalst – die ik opnieuw bewerk. Trekken aan motieven, snijd ze weer open, switch het vertelperspectief, om weer opnieuw tussen de lijnen lezen. In mijn kunst roepen daders en slachtoffers luid om een reconstructie, en laat deze opnieuw oordelen over hun overwegingen.

Is er een manier om vragen te stellen over het kunstmatige van een trouwjurk  -en zich verhoudt tot politiek, esthetiek, economie en ideologie? Wat is ‘s mens individuele verantwoordelijkheid in deze uitzonderlijke situatie waar de dure trouwjurk afgedankt wordt, en ik deze weer een nieuw geheugen geef?